Wie is er bang voor meertaligheid?

 

Koen Van Gorp

 

 

Een goed half jaar geleden, op een conferentie rond gelijke onderwijskansen, werd een serieuze lans gebroken voor meertalig onderwijs. De deelnemers aan de workshop basisonderwijs vonden dat het beleid eindelijk actie moest ondernemen en vooral de eigen taal van de allochtone kinderen moest inzetten in de eerste jaren van de lagere school. Dit zou het leren van het Nederlands aanzienlijk vergemakkelijken en zou er bovendien ook voor zorgen dat de ontwikkeling van de eigen taal niet stilvalt. Het enthousiasme voor deze vorm van meertalig onderwijs stak sterk af tegenover het pessimisme dat zowel allochtone als autochtone deelnemers vertoonden tegenover de competentie van de kinderen in zowel het Nederlands als de eigen taal. De negatieve geluiden op deze conferentie over de taalcompetenties van allochtone kinderen verrasten en troffen me. Vallen allochtone kinderen inderdaad tussen twee talen? Hebben we hier te maken met kinderen en toekomstige volwassenen die voorbestemd zijn om als gemankeerde taalleerders door het leven te gaan? Of leggen we de lat niet extreem hoog, en verliezen we het enorme taalkapitaal dat deze kinderen al op vroege leeftijd bezitten uit het oog?

 

 

 

Taal, en meer bepaald het Nederlands, heeft een enorme symbolische waarde in Vlaanderen. De symbolische waarde voor migranten lijkt zelfs extreem. Als we het discours rond integratie mogen geloven, is beheersing van het Nederlands het toegangsticket tot zowat alles wat Vlaanderen te bieden heeft. En als de media over de model-geïntegreerde-allochtoon berichten, gaat dat steevast gepaard met de kwalificatie ‘perfect Nederlands’. Een kwalificatie die ik aan quasi geen enkele Vlaming of Nederlander zou toekennen. Wat is trouwens perfect Nederlands? Een Nederlands gezuiverd van elke verdachte syntactische constructie of naar streektaal neigend woord? Of precies het hanteren van een Nederlands dat perfect aangepast is aan de gesprekspartner, het gespreksonderwerp en de gespreksituatie? Het tweede heeft alvast meer mijn voorkeur, hoewel het woordje ‘perfect’ me ook hier nog steeds stoort. Taal is niet perfect en mensen zijn geen perfecte taalgebruikers. Taal is een instrument dat enorm gevarieerd en rijk is. En taalgebruikers weten in meer of mindere mate de enorme variëteit en rijkdom aan mogelijkheden van taal en talen naar behoren in te zetten. Dat geldt voor iedere Vlaming, autochtoon of allochtoon, dat geldt voor iedere Belg, dat geldt voor iedereen.

 

Het wordt tijd dat we afstappen van de mythe van de moedertaalspreker en vooral van een erg monolithische visie op (moeder)taal. Iedereen is meertalig in de zin dat iedereen over verschillende taalvariëteiten en talen beschikt om zich in verschillende situaties verstaanbaar te maken. Het waarderen en positief stimuleren van die enorme variëteit lijkt me een essentieel onderdeel van een 21ste-eeuwse maatschappij te zijn. En daarbij zijn er zonder twijfel statusverschillen tussen talen en taalvariëteiten. Hoe dan ook is in een geglobaliseerde wereld Engels (welke vorm van Engels dan ook) ‘kapitaalkrachtiger’ dan Berbers. Maar daartegenover staat precies dat de rijkdom aan en van andere talen en taalvariëteiten niet vermindert, maar juist nog meer waarde krijgt. De talen en taalvariëteiten die je spreekt, verbinden je met anderen, met de wereld om je heen en laten je ook toe je daarin goed te voelen en, op zowel positieve als negatieve wijze, te positioneren. Ze bepalen voor een stuk mee wie je bent en hoe je bekeken wordt. Het negeren of veroordelen van taaldiversiteit doet dan ook afbreuk aan de verschillende identiteiten die mensen hebben of zich aanmeten. En hier toont zich een duidelijke link met taalbeleid.

 

Taalbeleid op school bekommert zich nog te vaak alleen om de positie en het gebruik van het Nederlands in en buiten de klas. In het beste (slechtste?) geval komen de talen en taalvariëteiten van de leerlingen op een negatieve wijze aan bod, namelijk als verbod. En hier laten we heel wat kansen liggen. Ik pleit niet voor meertalig onderwijs zoals het op de bovenstaande studiedag als wondermiddel gepresenteerd werd. Hoewel er vele redenen zijn om echt meertalig onderwijs toe te juichen, en meertalig onderwijs in het grootste deel van de wereld ook zijn degelijkheid bewijst, is het in Vlaanderen anno 2005 nog altijd een pijnpunt (waar onder andere de taalwetgeving toe bijdraagt). Voordat we aan meertalig onderwijs beginnen, moeten we een andere uitdaging aangaan.

 

Waar ik voor wil pleiten, is dat leerkrachten effectief leren omgaan met meertaligheid en dat het werken hieraan integraal deel uitmaakt van een taalbeleid op school. Op een positieve wijze omgaan met meertaligheid lijkt een evidentie, maar is het jammer genoeg niet altijd. Heel wat leerkrachten staan er afkerig tegenover of hebben er schrik van. Wat omhelst effectief omgaan met meertaligheid precies? Een positieve sfeerschepping, het gebruik van andere talen in de klas niet kortwieken, maar gewoon toelaten of er ruimte voor creëren tijdens groepswerk bijvoorbeeld, waar het de samenwerking kan stimuleren en oplossingen dichterbij kan brengen, vertrouwen in het gegeven dat het gebruik van een andere taal het Nederlands niet belemmert, enzovoort.

 

Heel wat leerkrachten geven de meertaligheid van de leerlingen een waardevolle plaats, maar heel wat leerkrachten voelen zich er ook erg onzeker over. Het ontbreekt hen vaak aan inzicht in processen van taalverwerving en inzichten in de rol en het mogelijk functioneel gebruik van verscheidene taalvariëteiten en talen. Hier ligt alvast een uitdaging voor beleidsmakers, directies, pedagogische begeleiding, methodemakers, lerarenopleiding en voor allerlei nascholingsinstituten. Het aanreiken van concrete inzichten, handige hefbomen, praktische tips en materialen kan een rol spelen om leerkrachten meer vertrouwd te maken met niet alleen de lasten, maar ook de lusten van meertaligheid. En een goed uitgewerkt taalbeleid over alle (vreemde) talen en taalvariëteiten die op school aanwezig zijn, kan het proces van leren omgaan met meertaligheid stroomlijnen en zo jongeren afleveren die in een geglobaliseerde 21ste eeuw alvast (meer)talig hun mannetje of vrouwtje kunnen staan.

 

Koen Van Gorp

Centrum voor Taal en Migratie

Blijde Inkomststraat 7

3000 Leuven

koen.vangorp@arts.kuleuven.be