Vaardigheden versus (?) kennis

Op zoek naar zogenaamde pijnpunten in de schoolvakken heeft de Vlaamse pers zich niet echt van zijn beste journalistieke kant laten zien. Er moesten en zouden pijnpunten zijn en die werden dan ook vakkundig uit de onvoorbereide monden van deskundigen uit de vakverenigingen geperst. Duiding en nuancering werden bovendien weggefilterd door de eindredacteur en Jan Publiek kreeg zijn brood en spelen. De Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands (VON) protesteert dan ook met klem tegen de verdraaiing van haar verhaal over spelling, uitspraak, grammatica en woordenschat. Hierna volgt wat de vereniging wil inbrengen in het kennis-vaardighedendebat.

  1. Het helpt het onderwijs niet vooruit als in de discussie naar aanleiding van de oproep van leraar Marc Hullebus zo gratuit veralgemenende uitspraken worden gedaan over zogenaamd teruglopende kennis, zonder dat men kennis heeft van of zich kan beroepen op vaststaande feiten en gegevens uit ernstig onderzoek. We moeten de eerste wetenschappelijke studie nog zien die bewijst wat de ‘kennisadepten’ beweren. In het grootscheepse PISA-onderzoek van 2003 bleek dat Vlaanderen internationaal gezien bijzonder goed scoort, vergeleken met 40 andere landen: voor begrijpend lezen een derde plaats, voor wiskundige geletterdheid een eerste plaats, voor wetenschappelijke geletterdheid een vijfde plaats en voor probleemoplossend denken een vierde plaats. Telkens zijn kennis en vaardigheid hier geïntegreerd. We deden het zelfs beter dan in 2000, en behoren tot de absolute wereldtop. Deze scores laten in internationaal perspectief zien dat we er niet zo slecht voorstaan, in tegenstelling tot wat sommige adepten van ‘vroeger was het beter’ en ‘het gaat allemaal achteruit’ roepen.
  2. Het helpt het onderwijs evenmin vooruit:
    • als men uiterst simpele concepten van kennis en van vaardigheid hanteert en dan de zaken simplistisch zo voorstelt alsof kennis en vaardigheid gelijksoortige grootheden zijn die je a.h.w. in balans met elkaar kunt plaatsen;
    • als men weinig oog heeft voor de ontwikkeling van attitudes bij leerlingen en de band van kennis en vaardigheid daarmee. Zou het kunnen dat leerlingen meer en beter leerstof opnemen als ze hiervoor op allerlei manieren gemotiveerd worden of inzicht meekrijgen in de relevantie ervan?
    • als men zich ook niet realiseert dat kennisverwerving via frontale kennisoverdracht (doceren) door een leraar slechts één onderwijsmiddel is, dat soms effectief is, maar soms helemaal niet werkt, en dat er vaak andere middelen (strategieën) zijn waarvan empirisch gebleken is dat die veel effectiever zijn en een grondiger en beter toepasbare kennis opleveren;
    • als men zich niet realiseert waartoe de te verwerven kennis moet dienen (bv. algemeen-culturele bagage of werkelijkheidsoriëntatie versus kennis met een sterk instrumentele functie zoals bij spellen), en dat een aan het doel aangepaste leerweg gevolgd moet worden;
    • als men verwijst naar het voorbeeld van Frankrijk, waar het klassieke grammaticaonderwijs op grond van een recent rapport zogezegd opnieuw opgewaardeerd zou gaan worden, kennelijk zonder dat men het rapport daarover van prof. Alain Bentolila e.a. gelezen heeft, want dan zou men gezien hebben wat voor holle retoriek daarin gebruikt is, zonder dat de auteurs gehinderd waren door enige onderzoekskennis (zie deze webstek);
    • als men zich ook niet realiseert dat kennis en vaardigheid, en de verwerving daarvan in het onderwijs, niet noodzakelijk en wellicht helemaal niet gelijk zijn bij taal (onderwijstaal Nederlands of vreemde taal), geschiedenis, wiskunde, fysica, technologie, houtbewerking, gelaatsverzorging...;
    • als men niet beseft dat een deficiënte kennis of vaardigheid van sommige jongeren (zwakke leerresultaten) ook wel eens met heel andere zaken te maken kan hebben, zoals het feit dat sommige scholen of leraren onvoldoende op de instroomkenmerken van leerlingen kunnen inspelen?

  3. In de hele discussie komen belangrijke factoren niet aan bod: de verschillen tussen scholen, de grote verschillen tussen leraren in hun kennis/toepassing van het leerplan (dat veel vrijheid laat aan leraren), de aansluiting of kloof tussen lager en secundair onderwijs, de misvatting dat het vak Nederlands de waterdrager van de klassieke en vreemde talen moet zijn (waarvan veel leraren liever niet willen dat er iets verandert), de wet van de inertie bij onderwijsvernieuwing enz. Op zich is deze hele discussie nuttig om de onderwijsgeesten kritisch te houden, maar op dit moment vrezen wij dat ze vooral koren op de molen is van sommige behoudsgezinden in het onderwijs (het is opvallend hoe snel en massaal zij zich hebben gemengd in het debat). De effecten van het grotere accent op vaardigheden zijn nog onvoldoende zichtbaar/meetbaar om het neer te sabelen.
  4. Onderzoek van eind vorige eeuw (!) in dertien landen van de Europese Unie toont aan dat Vlamingen hoog scoren voor veeleer traditionele vaardigheden en attitudes: logisch denken, loyauteit, gehoorzaamheid en efficiëntie. Voor nieuwere vaardigheden scoort de gemiddelde Vlaming onder het Europees gemiddelde: verantwoordelijkheidszin, verdraagzaamheid, communicatiewaarde, verbeelding, kritische geest en flexibiliteit. Precies die eigenschappen die in de samenleving en in het bedrijfsleven steeds meer aan belang winnen. «Het waardepatroon van Vlaanderen heeft belangrijke troefkaarten geleverd voor economisch succes in de 20ste eeuw», besluit het Vlaams Economisch Verbond (VEV) in Klasse nr. 103, «maar het staat veel minder borg voor succes in de 21ste eeuw.» Willen we per se terug?
  5. De vereniging heeft geen bezwaar tegen kennisverwerving, maar pleit voor de integratie van kennis en vaardigheden in een moderne didactiek waarin leerlingen inzichten en kennis opbouwen, niet ondoordacht slikken en reproduceren. Die didactiek bestaat al sinds de jaren 70 en wordt gedragen door begeleiding en inspectie, maar ze wordt vandaag nog onvoldoende toegepast. Soms gebeurt dat uit onwetendheid, soms uit onkunde, soms uit onwil. Het of/of-debat over kennis en vaardigheden is een belediging voor de vele leraren en scholen die wel op een moderne manier lesgeven en zoeken naar de meest optimale samenhang van leerstof over de verschillende onderwijsniveaus heen.

Namens de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands vzw,

Bert Cruysweegs (lector Nederlands lerarenopleiding secundair onderwijs)
Rita Rymenans (docent academische lerarenopleiding)
Jan T’Sas (einderedacteur Klasse, praktijkassistent academische lerarenopleiding)
Geert Van Hoogenbemt (informaticadocent opleiding industrieel ingenieur)
Tom Venstermans (lector Nederlands lerarenopleiding lager onderwijs)
Ellen Wouters (lerares Nederlands secundair onderwijs)